Zoek

DJI_cellenblok_voorkeur

Aanbevelingen onderzoeksrapport unaniem aangenomen

De gemeenteraad van Amersfoort heeft op 4 april jl. de aanbevelingen van het onderzoeksrapport naar nazorg aan ex-gedetineerden unaniem aangenomen.

Gemeenten hebben een duidelijke verantwoordelijkheid en regierol bij de nazorg aan ex-gedetineerden. Het gevangeniswezen is verantwoordelijk voor ondersteuning bij re-integratie tijdens detentie, de gemeenten zijn dat ná detentie. Gedetineerden keren in principe terug naar de gemeente van herkomst.

Het onderzoek voor de gemeentelijke rekenkamer Amersfoort richtte zich op de uitvoering van nazorg aan volwassen ex-gedetineerden die na hun detentie in Amersfoort komen te wonen. Voor het NSCR bestond het onderzoeksteam uit Merel Dirkse, Anja Dirkzwager en Peter van der Laan. Aan het onderzoek heeft een groot aantal medewerkers van diverse instanties meegewerkt: het Coördinatiepunt Nazorg, de politie, de ‘ketenpartners’, de begeleiders en de ex-gedetineerden.

In Nederland komt de helft van de ex-gedetineerden binnen twee jaar opnieuw in contact met justitie vanwege een misdrijf. Bijna een derde wordt binnen twee jaar opnieuw opgesloten. Zij zorgen daarmee voor onveiligheid en kosten veel geld; denk aan de inzet van politie en wéér een verblijf in de gevangenis.

Dinsdagavond 14 februari 2017 is het rekenkamerrapport aan de voorzitter van de gemeenteraad aangeboden. De raadsbehandeling van het rapport vond plaats op 14 maart en de gemeenteraad heeft op 4 april jl. de aanbevelingen van het rapport unaniem aangenomen. Een meerderheid steunde ook een motie om ex-gedetineerden aan een ‘maatje’ te koppelen, via de bestaande maatjesprojecten. Mensen die uit de gevangenis komen, moeten in Amersfoort beter worden opgevangen. Alleen met de juiste nazorg kan worden voorkomen dat ex-gedetineerden weer in de fout gaan.

Het rapport stelt voor om de nazorg in de gemeente vast te leggen in een soort schriftelijk protocol. Ook zou er een ‘cliëntvolgsysteem’ moeten zijn, zodat steeds duidelijk blijft hoe het een cliënt vergaat en welke instantie met hem of haar in de weer is. De ex-gedetineerden die zich lieten interviewen, hebben te maken met ‘ketenpartners’ waaronder het Leger des Heils, de reclassering, het UWV Werkbedrijf en diverse schuldhulpverleners en budgetbeheerders.

Het vinden van onderdak kan problematisch zijn in een gemeente als Amersfoort. Er zijn ook knelpunten van financiële aard. Het Coördinatiepunt Nazorg heeft met veel bezuinigingen te maken gekregen; het rapport doet geen aanbevelingen om de subsidie wat ruimhartiger toe te kennen. Wel benadrukt het dat het essentieel is om een ex-gedetineerde financieel te begeleiden en zo te voorkomen dat er nieuwe schulden ontstaan. Menige cliënt moet daarbij flink worden gemotiveerd; het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid is niet altijd vanzelfsprekend.

Lees hier het eindrapport rekenkameronderzoek:

Credits beeld: DJI

Merel Dirkse MSc

Over Merel Dirkse MSc

Merel Dirkse studeerde in augustus 2015 af in de master Opsporingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is daarna bij het NSCR begonnen als onderzoeksassistent bij het promotieonderzoek KIDS van Holly Smallbone. Het onderzoek richtte zich op de invloed van detentie van ouders op het welbevinden van hun kinderen. Daarna deed ze onderzoek naar de nazorg van (ex-)gedetineerden in de gemeente Amersfoort. Momenteel doet zij onderzoek naar behoeften van jongens en meisjes in JeugdzorgPlus instellingen. Onbekend is of meisjes en jongens eenzelfde behandeling krijgen, of dat er op basis van specifieke problematiek gedifferentieerd wordt. Ook zal worden bezien of de mate van genderspecificiteit van de behandeling per instelling verschilt.

Merel maakt deel uit van het Cluster Intergenerationeel.

Bekijk alle berichten



NSCR