Zoek

Institutenstelsel KNAW en NWO vergroot slagkracht wetenschap

Een nationaal onderzoeksinstituut moet internationaal toonaangevend onderzoek doen en het belang daarvan zichtbaar maken voor de samenleving. Daarnaast verwacht de commissie dat elk instituut op termijn in ieder geval een nationale rol speelt in het verkennen van nieuwe onderzoekslijnen en in het coördineren van het onderzoeksveld in Nederland.
De commissie heeft helder aangegeven waaraan het portfolio meerwaarde voor de Nederlandse wetenschap ontleent. Hiermee kan het portfolio in de komende jaren verder worden ontwikkeld. De commissie heeft daarnaast een aantal basisvoorwaarden en criteria voor meerwaarde geïntroduceerd waaraan een nationaal onderzoeksinstituut binnen het portfolio moet voldoen. KNAW en NWO kunnen zich goed vinden in deze criteria. Dit biedt een nuttig kader om de instituten binnen het huidige portfolio bij te kunnen sturen en vormt een eerste toetssteen voor besluiten over het toetreden van andere instituten

Instituten in huidige portfolio voldoen aan criteria voor meerwaarde

De portfoliocommissie constateert dat vrijwel alle instituten in het huidige portfolio voldoen aan de basisvoorwaarden en in verschillende mate aan de nieuwe criteria voor nationale meerwaarde. DANS en NIAS zijn volgens de commissie primair faciliterende instituten.
KNAW en NWO delen de mening van de commissie dat DANS een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van ‘open science’ en dat dit instituut beter op een andere manier kan worden ingebed dan als nationaal onderzoeksinstituut. Ook NIAS heeft een ander karakter dan de overige instituten in het portfolio. De KNAW onderschrijft de constatering dat de activiteiten van het NIAS relevant zijn en goed passen bij de KNAW.

Advies hoe stelsel door NWO en KNAW gezamenlijk kan worden beheerd

De commissie identificeert geen thema’s van nationaal belang waarop het portfolio moet inspelen. KNAW en NWO zien hier een belangrijke rol weggelegd voor de voorgestelde onafhankelijke commissie. Deze moet voldoende zicht hebben op de relevante ontwikkelingen in vele disciplines en kennis van inzichten van vele partijen in het kennislandschap.
Tot slot geeft de commissie advies over de wijze waarop het stelsel door NWO en KNAW gezamenlijk kan worden bestuurd en beheerd, en doet ze een concreet voorstel voor het introduceren van meer dynamiek in het stelsel. KNAW en NWO onderschrijven ook de noodzaak van het maken van strategische keuzes over het portfolio. Zij willen andere relevante partijen in het kennislandschap betrekken bij keuzes over instituten en hun missies, en vinden het belangrijk om die keuzes te relateren aan andere omvangrijke investeringen met langdurige impact. KNAW en NWO zullen aan het ministerie een voorstel doen voor invulling, rol en mandaat van een toekomstige onafhankelijke commissie.

Over de portfolio-evaluatie

In de Wetenschapsvisie 2025 wees het vorige kabinet op de complementaire functie en hoge kwaliteit van instituten van KNAW en NWO. Tegelijk sprak het de ambitie uit te kijken in hoeverre het institutenstelsel toegerust is op nieuwe wetenschappelijke en maatschappelijke uitdagingen. Daaruit komt deze evaluatie voort; ze gaat in op de nationale meerwaarde van elk instituut  en het stelsel als geheel. Daarnaast zijn in de afgelopen jaren de instituten van KNAW en NWO beoordeeld op hun wetenschappelijk kwaliteit, maatschappelijke relevantie en toekomstbestendigheid (SEP-evaluatie).

Rapport-portfolio-evaluatie-KNAW-en-NWO-instituten.

prof. dr. mr. Catrien Bijleveld

Over prof. dr. mr. Catrien Bijleveld


Catrien Bijleveld is directeur van het NSCR sinds augustus 2014. Zij studeerde in 1986 cum laude af in Methoden en Technieken van Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek. In 1989 promoveerde zij op de analyse van categorische tijdreeksen. Na een aanstelling als statistisch consultant bij TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek), werkte zij zeven jaar als universitair docent bij de vakgroep Methoden en Technieken bij het Departement Psychologie van de Universiteit Leiden. In 1997 werd zij programmacoördinator bij het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie, en was daar onder meer verantwoordelijk voor onderzoek naar strafrechtspleging, milieuhandhaving, ex-tbs-gestelden, recidive in algemene zin en vreemdelingen.

In 2002 studeerde zij cum laude af in de Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden. Vanaf 1 januari 2001 tot augustus 2014 werkte zij als senior onderzoeker bij het NSCR. Haar onderzoeksactiviteiten richten zich vooral op onderzoek naar criminele carrières en (experimenteel) onderzoek naar de effectiviteit van interventies, jeugdige zedendelinquenten, historische trends en de intergenerationele doorgifte van delinquent gedrag. Catrien Bijleveld is ook hoogleraar Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) en van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW).

Catrien maakt deel uit van de Clusters Levensloop, Intergenerationeel en Extremisme/terrorisme.

Bekijk alle berichten




NSCR