Zoek

Jihadistische radicalisering in problematische jeugdgroepen

Het komt zelden voor dat jongeren in problematische jeugdgroepen radicaliseren en uitreizen naar Syrië. Bovendien doen jeugdgroepen dat niet als geheel. Bij jongeren die wél uitreizen, is sprake van een fatale mix van omstandigheden: achterstanden, ingrijpende gebeurtenissen en de aanwezigheid van ronselaars in de buurt. Dit blijkt uit onderzoek van het NSCR, de VU en de Nederlandse Politie, gesubsidieerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Aanleiding voor het onderzoek was een unieke casus in Delft, waar begin 2013 meerdere jongeren uit een problematische jeugdgroep uitreisden naar Syrië. Voor het eerst hebben onderzoekers gereconstrueerd wat er precies is gebeurd en hoe de radicalisering binnen deze jeugdgroep ontstond. Een problematische gezinsachtergrond, gebrek aan perspectief in een achterstandswijk, ingrijpende gebeurtenissen die leidden tot zingevingsvragen, de aanwezigheid van een jihadistisch netwerk in de directe omgeving, en de net ontstane burgeroorlog in Syrië konden verklaren waarom meerdere personen in korte tijd uitreisden.

Jeugdgroep radicaliseert niet als geheel, maar groep versterkt wel het proces

Om deze casus te onderzoeken werd gebruikgemaakt van politie-informatie en werden gesprekken gevoerd met elf sleutelpersonen uit de directe omgeving van de jeugdgroep. Daarnaast werd op basis van politiegegevens en aanvullende gesprekken geïnventariseerd in hoeverre ook in andere problematische jeugdgroepen in Nederland sprake is geweest van jihadistische radicalisering en of er een relatie bestaat tussen beide fenomenen. Bij de meeste problematische jeugdgroepen in Nederland bleek geen sprake van radicalisering. Bij vier jeugdgroepen waarin wél sprake was van radicalisering, waren de omstandigheden vergelijkbaar met die in Delft.
Uit het onderzoek blijkt dat status binnen de groep erg belangrijk is voor deze jongeren. Voor sommigen was dit ook te bereiken door kennis van en betrokkenheid bij de radicale islam. Daarnaast laat het onderzoek zien dat jeugdgroepen niet radicaliseren als geheel maar in kleinere groepjes. De groep versterkt wel het proces: via de groep krijgen individuele jongeren contact met het grotere jiha­distische netwerk in de regio.

Zingevingsvragen leidden naar jihadistisch netwerk in de regio

In de aanloop naar de radicalisering in Delft lijken twee gebeurtenissen een trigger te zijn geweest. Op de jongeren in de groep heeft een mislukte overval door enkele leden van de groep – waarbij een dode viel onder de overvallers – veel indruk gemaakt en geleid tot zingevingsvragen. Ook het overlijden van de vader van twee groepsleden heeft een rol gespeeld bij het creëren van vatbaarheid voor jihadistische ideeën. Een aantal jongeren uit de groep ging na deze gebeurtenissen actief op zoek naar informatie over het geloof. In de omgeving van de groep in Delft waren meerdere personen aanwezig die mogelijk een rol hebben gespeeld bij het contact maken met een bestaand jihadistisch netwerk in de regio. Ook vrouwen en zussen hebben een rol gespeeld via het zusternetwerk. Daarnaast gingen de jongeren op een gegeven moment naar verschillende radicale moskeeën in de omgeving. Ook bij de andere jeugdgroepen waar radicalisering plaatsvond, bleek dat personen van buitenaf een rol hebben gespeeld.

Advies: contact blijven houden met probleemjongeren

Een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek is dat juist voor jongeren in problematische jeugdgroepen opvang moet zijn bij ingrijpende gebeurtenissen en de levensvragen die daardoor ontstaan. De jongeren in Delft konden hun existentiële vragen niet kwijt en kwamen mede daardoor terecht bij jihadistische predikers. De gebeurtenissen in Delft laten ook zien dat het belangrijk blijft om vanuit overheid, politie en jongerenwerk contact te houden met probleemjongeren op straat, te weten wat er leeft en niet te veel op een repressieve aanpak te vertrouwen.

Publicatiegegevens en verder lezen

Neve, R., Eris, S., Weerman, F., Van Prooijen, J.W., Ljujic, V. & Versteegt, I. (2019). Eindrapport Radicalisering in problematische jeugdgroepen.
Dit onderzoek is een samenwerkingsverband van het NSCR, de VU en het team Analyse en Onderzoek van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie. Het onderzoek is gesubsidieerd door de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV), onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

prof. dr. Frank Weerman

Over prof. dr. Frank Weerman


Frank Weerman is in 1992 afgestudeerd in Sociologie, na het volgen van een vrij doctoraal programma Criminologie. Hierna was hij meerdere jaren werkzaam bij de sectie Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen. In 1998 promoveerde hij op een onderzoek naar de waarde van Hirschi’s bindingstheorie voor de verklaring van delinquent gedrag. Na zijn promotie werkte hij van 1998 tot 2000 als postdoc bij het IPIT (Internationaal Politie Instituut Twente), waar hij een boek schreef over samenplegen (criminele samenwerking en groepsvorming). Sinds augustus 2000 is hij werkzaam bij het NSCR, waar hij senior onderzoeker is. Zijn onderzoeksinteresses liggen op het gebied van jeugdcriminaliteit en criminologische theorievorming, met een nadruk op de rol van leeftijdsgenoten bij delinquent gedrag. Bij het NSCR coördineerde hij vanaf 2002 de opzet en uitvoering van het “Schoolproject”, een longitudinaal onderzoek onder middelbare scholieren, waarbij onder meer veranderingen in delinquent gedrag en vriendschapsnetwerken in kaart zijn gebracht. Binnen het internationale netwerk van onderzoekers “Eurogang” publiceerde hij over problematische jeugdgroepen en jeugdbendes. Sinds 2008 is hij nauw betrokken bij opzet en uitvoering van het longitudinale SPAN-project (Study of Peers, Activities and Neighborhoods). Verder maakt hij deel uit van de redactie van het Tijdschrift voor Criminologie en is hij medeauteur van de criminologie-rubriek in het tijdschrift Delikt en Delinkwent.

Frank maakt deel uit van de Clusters Levensloop, Intergenerationeel, Cybercrime en Extremisme/Terrorisme.

Bekijk alle berichten

2018

Asscher, J J; Dekovic, M; van den Akker, A L; Prins, P J M; van der Laan, P H

Do Extremely Violent Juveniles Respond Differently to Treatment? Journal Article

Int J Offender Ther Comp Criminol, 62 (4), pp. 958-977, 2018, ISSN: 1552-6933 (Electronic).

Links | BibTeX

van der Stouwe, T; Asscher, J J; Hoeve, M; van der Laan, P H; Gjjm, Stams

The Influence of Treatment Motivation on Outcomes of Social Skills Training for Juvenile Delinquents Journal Article

Int J Offender Ther Comp Criminol, 62 (1), pp. 108-128, 2018, ISSN: 1552-6933 (Electronic).

Links | BibTeX

2016

Asscher, J J; Dekovic, M; van den Aller, A L; Prins, P J M; van der Laan, P H

Do extremely violent juveniles respond differently to treatment? Journal Article

International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 2016.

Links | BibTeX

van der Stouwe, T; Asscher, J J; Hoeve, M; van der Laan, P H; Stams, G J J M

The influence of treatment motivation on outcomes of social skills training for juvenile delinquents Journal Article

International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 2016.

Links | BibTeX

van der Stouwe, T; Asscher, J J; Hoeve, M; van der Laan, P H; Stams, G J J M

Social skills training for juvenile delinquents: post-treatment changes Journal Article

Journal of Experimental Criminology, 2016.

Links | BibTeX

2015

James, C; Asscher, J J; Stams, G J J M; van der Laan, P H

The effectiveness of aftercare for juvenile and young adult offenders Journal Article

Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 2015.

Links | BibTeX

2013

James, C; Stams, G J J M; Asscher, J J; Roo, De A K; der Laan, Van P H

Aftercare programs for reducing recidivism among juvenile and young adult offenders: A meta-analytic review Journal Article

Clinical Psychology Review, 33 (2), pp. 263-274, 2013.

BibTeX

der Put, Van C E; Asscher, J J; Stams, G J J M; der Laan, Van P H; Breuk, R; Jongman, E; Doreleijers, T

Recidivism after treatment in a forensic youth-psychiatric setting: the effect of treatment characteristics Journal Article

International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 57 (9), pp. 1120-1139, 2013.

BibTeX

2007

Asscher, J J; Dekovic, M; van der Laan, P H; Prins, P J M; van Arum, S

Implementing randomized experiments in criminal justice settings : An evaluation of multi-systemic therapy in the Netherlands. Journal Article

Journal of Experimental Criminology, 3 (2), pp. 113-129, 2007.

BibTeX




NSCR