Zoek

Locatiekeuze van daders

FACTSHEET

Een belangrijke vraag in de criminologie is die naar de pleegplaats ofwel de locatiekeuze van daders: hoe selecteren daders een misdrijflocatie? Waarom wordt het delict hier gepleegd en niet elders? Uit wetenschappelijk onderzoek is daar inmiddels het een en ander over bekend.

Een eerste voortdurend terugkerende bevinding is die van ‘afstandsverval’. Hoe verder een locatie verwijderd is van de woning van de dader, des te geringer is de kans dat hij er het misdrijf zal plegen. Daders plegen misdrijven vaak dichtbij huis, in hun eigen woonomgeving. Dat geldt ook binnen steden en wijken. Zelfs in multivariate analyses, waarin voor de invloeden van andere kenmerken gecorrigeerd wordt, blijft afstand tot de eigen woning de belangrijkste voorspeller van waar daders misdrijven plegen. Elke kilometer verder leidt tot een reductie van de kans met 20 à 30 procent.

Misdaadmagneten

Crime generators en crime attractors zijn voorzieningen (zoals winkels, geldautomaten, benzinestations, restaurants of metrostations) die door veel mensen bezocht worden en die daarom ook gemotiveerde daders aantrekken. De nabijheid van kleinschalige detailhandelwaar men veel met contant geld betaalt, lijkt een belangrijk criterium te zijn voor bijvoorbeeld straatrovers. Ook concentraties van illegale activiteiten (bijvoorbeeld drugshandel of prostitutie) trekken overvallers aan.

Comfort zone

Recent onderzoek laat zien dat we de locatiekeuzes van daders beter begrijpen wanneer we niet alleen kijken naar waar daders wonen als zij het misdrijf plegen, maar ook rekening houden met de locaties waarmee zij bekend zijn. Zo blijkt dat daders niet alleen vaak in de omgeving van hun huidige woning misdrijven plegen, maar ook in de buurt van hun vroegere woningen en woningen van familieleden. Ten opzichte van buurten waar de dader nooit woonde, is de kans dat de huidige woonbuurt als pleegplaats gekozen wordt vier keer zo groot. Voor een voormalige woonbuurt is die kans ruim twee keer zo groot. Dat effect is het sterkst als de dader er lang heeft gewoond en pas recentelijk vertrok. De kans dat een buurt doelwit wordt, is ook ruim twee keer zo groot als in die buurt een familielid (ouder, kind, broer of zus) woont. Verder plegen daders vaak misdrijven op plekken waar ze dat eerder deden. Als daders binnen enkele dagen na een eerste misdrijf opnieuw toeslaan, is de kans dat ze dat in dezelfde buurt doen wel twintig à dertig keer keer groter dan dat ze dat elders doen, maar zelfs een half jaar later is die kans nog twee keer groter. Deze bevindingen wijzen erop dat daders bij het plegen van misdrijven vooral binnen de eigen comfort zone blijven.

Plan of buitenkans

Veel onderzoek naar locatiekeuze wordt verricht vanuit de veronderstelling dat daders vanuit een bestaande motivatie en met een vooropgezet plan te werk gaan bij het selecteren van een misdrijflocatie. De meeste empirische bevindingen zijn echter ook goed te verklaren als we uitgaan van opportunistische daders die onvoorbereid toeslaan wanneer ze min of meer toevallig de gelegenheid krijgen, of worden uitgedaagd.

Grensoverschrijdende misdaad

Over daders die grote afstanden afleggen om een misdrijf te plegen is weinig bekend, deels omdat het met bestaande politieregistraties niet eenvoudig is om informatie te verzamelen over interregionaal of zelfs internationaal actieve daders. Uit onderzoek op basis van DNA-sporen blijkt dat delicten gepleegd door internationaal actieve daders in Nederland nog geen vijf procent van alle misdrijven vormen. Grensoverschrijdende criminaliteit is in Nederland in hoofdzaak een lokaal verschijnsel, dat zich in belangrijke mate beperkt tot de grensstreken in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland. Ook deze bevinding wijst erop dat de actieradius van de meeste misdadigers beperkt is.

Hulpmiddel bij opsporing

De verworven kennis over locatiekeuze is op twee manieren in de praktijk te gebruiken. In de opsporing is deze kennis bruikbaar omdat hij rechercheurs kan helpen de meest waarschijnlijke daders van een gegeven misdrijf op te sporen. Zo zullen rechercheurs verdachten vaak zoeken onder personen die in de omgeving van de plaats delict wonen, werken, naar school gaan of hun vrije tijd doorbrengen, of die dat in het recente verleden gedaan hebben. Ook zullen zij hun aandacht richten op personen van wie bekend is dat zij in de omgeving van de plaats van het misdrijf eerder een soortgelijk misdrijf gepleegd hebben. De bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek over locatiekeuze van misdadigers geven een empirische basis voor deze strategie.

Hulpmiddel bij stedelijke planning

Ook in stedelijke planning kunnen de uitkomsten van belang zijn, vooral wanneer tevens gegevens beschikbaar zijn over de locaties waar potentiële daders veel tijd doorbrengen. Zo kan de beoogde locatie van een nieuwe school, een nieuw winkelcentrum of de vestiging van een coffeeshop vooraf getoetst worden op mogelijke criminogene blootstelling.

Bernasco, W. (2016)

Over prof. dr. Wim Bernasco


Wim Bernasco is senior onderzoeker bij het NSCR en bijzonder hoogleraar ‘Ruimtelijke analyse van criminaliteit’ bij de afdeling Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij bestudeert ruimtelijke aspecten van criminaliteit, waaronder reisgedrag en doelwitkeuze van daders. Ook verricht hij onderzoek naar situationele oorzaken van criminaliteit.

Wim maakt deel uit van de Clusters Criminal Events, Levensloop en Ruimtelijk-temporeel.

Bekijk de website van de Video violence group.

Link naar persoonlijke website.

Bekijk alle berichten

2015

Aarten, P G M; van Gelder, J L; Lamet, W; Borgers, M J; van der Laan, P H

Exploring public support for suspended sentences in the Netherlands Journal Article

European Journal of Criminology, 12 , pp. 188-207, 2015.

BibTeX

2013

Aarten, P G M; Denkers, A; Borgers, M J; Laan, Vander P H

Reconviction rates after suspended sentences.Comparison of the effects of different types of suspended sentences on reconviction in the Netherlands Journal Article

International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 2013.

BibTeX

Aarten, P G M; Falke, F; der Laan, Van P H

Minderjarigen en moord en doodslag: moord en doodslag als rationele keuze? Journal Article

pp. 215-227, 2013.

BibTeX




NSCR