Zoek

Onderzoek naar Meisjes in JeugdzorgPlus

NSCR-onderzoekers Merel Dirkse, Veroni Eichelsheim en Peter van der Laan hebben samen met projectleider en penvoerder Jessica Asscher (UvA, Forensische orthopedagogiek) subsidie gekregen van ZonMw om verdiepend onderzoek te doen naar meisjes in JeugdzorgPlus-instellingen. JeugdzorgPlus is een intensieve vorm van Jeugd en Opvoedhulp voor jongeren met ernstige gedragsproblemen die zich aan de noodzakelijke behandeling dreigen te onttrekken. Voor een behandeling in JeugdzorgPlus is een machtiging gesloten jeugdzorg nodig, afgegeven door de kinderrechter.

Om de opbrengsten van JeugdzorgPlus in kaart te brengen en de kwaliteit van JeugdzorgPlus te stimuleren, is in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en met inbreng van de betrokken instellingen de Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus ontwikkeld. Uit het eerste monitorrapport blijkt dat in de JeugdzorgPlus-instellingen ongeveer evenveel meisjes als jongens zitten (49% versus 51 %). De Monitor laat een verschil tussen jongens en meisjes zien dat blijkt uit fysieke en psychische kenmerken, maar ook uit kenmerken van hun problematiek.

Bij delictgedrag is gebleken dat behandeling effectief is als deze aansluit bij de risico’s en behoeften van de cliënt. Aanname is dat ook voor de JeugdzorgPlus-populatie geldt dat goede zorg aansluit op hun specifieke problematiek, mogelijkheden en behoeften. Er was echter tot op heden weinig aandacht voor de verschillende behoeften van jongens en meisjes in de zorg. Onbekend is of jongens en meisjes eenzelfde behandeling krijgen of dat er op basis van specifieke problematiek gedifferentieerd wordt. Omdat resultaten van behandeling in JeugdzorgPlus-instellingen vaak minder gunstig lijken voor meisjes dan voor jongens, is het de vraag of de behandeling voor meisjes hetzelfde zou moeten zijn als de behandeling voor jongens binnen deze instellingen, of genderspecifiek.

Het onderzoek betreft een groot kwantitatief dossieronderzoek, waarbij met een gestandaardiseerd risicotaxatie instrument de risicofactoren, protectieve factoren, behoeften en verwijsredenen vastgelegd worden. Daarnaast zal het behandelplan en de mate van genderspecificiteit ervan gescoord worden. Er zal worden onderzocht of er verschillen zijn tussen jongens en meisjes qua behandelplan en welke diagnostiek, advies en besluitvorming daaraan ten grondslag liggen. Ook zal worden bekeken of de genderspecificiteit van de behandeling per instelling verschilt en of er een relatie is met duur en resultaat (in termen van afname van problematiek volgens de Monitor, dagbesteding, politiecontacten en middelengebruik) van de behandeling. De onderzoekers zullen in het onderzoek vijf JeugdzorgPlus-instellingen betrekken.

Het onderzoek heeft een looptijd van negen maanden en is onderdeel van het onderzoekscluster ‘Levensloop’.

Credits foto: Colourbox

Merel Dirkse MSc

Over Merel Dirkse MSc

Merel Dirkse studeerde in augustus 2015 af in de master Opsporingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is daarna bij het NSCR begonnen als onderzoeksassistent bij het promotieonderzoek KIDS van Holly Smallbone. Het onderzoek richtte zich op de invloed van detentie van ouders op het welbevinden van hun kinderen. Daarna deed ze onderzoek naar de nazorg van (ex-)gedetineerden in de gemeente Amersfoort. Momenteel doet zij onderzoek naar behoeften van jongens en meisjes in JeugdzorgPlus instellingen. Onbekend is of meisjes en jongens eenzelfde behandeling krijgen, of dat er op basis van specifieke problematiek gedifferentieerd wordt. Ook zal worden bezien of de mate van genderspecificiteit van de behandeling per instelling verschilt.

Merel maakt deel uit van het Cluster Intergenerationeel.

Bekijk alle berichten



NSCR