Zoek

Reputatie kan het bystander-effect omkeren

Als omstanders aanwezig zijn bij een ongeluk of een delict, zijn mensen minder geneigd hulp te bieden, of duurt het erg lang voordat ze hulp bieden. Dit zogeheten bystander-effect heeft NSCR- en VU-onderzoeker Marco van Bommel in zijn promotieonderzoek bestudeerd. Een verrassende bevinding was dat dit bystander-effect eenvoudig omgezet kan worden in juist een grotere bereidheid te helpen.

Het bystander-effect
Het bystander-effect is een van de meest bekende bevindingen in de sociale psychologie. Minder helpen als er anderen in de buurt zijn komt voor in alledaagse situaties, zoals hulp bieden als iemand boodschappen laat vallen of simpelweg de weg zoekt, maar óók als er sprake is van een acute noodsituatie, zoals wanneer iemand dreigt te verdrinken of slachtoffer wordt van een misdrijf. Mensen voelen zich door de aanwezigheid van anderen minder verantwoordelijk om te helpen, of ze schatten de aard van de situatie verkeerd in, juist doordat anderen ook niet ingrijpen. Dit was de consensus na vier decennia van onderzoek naar het bystander-effect.

Reputatie
De laatste jaren bemerkten onderzoekers echter specifieke situaties waarin het bystander-effect niet optreedt, en soms zelfs blijkt te worden omgekeerd. Dat zijn dus situaties waarin mensen door de aanwezigheid van anderen juist wèl gaan helpen. Van Bommel ontdekte dat reputatie kan worden gebruikt om het bystander-effect te verminderen of zelfs om te keren. Reputatie, dat wat anderen van iemand vinden, speelt zowel een positieve als negatieve rol, in die zin dat mensen soms niet ingrijpen omdat ze bang zijn om een slechte indruk op de andere omstanders te maken. Maar reputatie kan ook ingrijpen waarschijnlijker maken, als men zich ervan bewust is dat pro-sociaal gedrag, zoals helpen of ingrijpen bij een misdrijf, een goede indruk kan achterlaten bij anderen en daarmee veel positieve sociale gevolgen kan hebben.

Bevindingen
In zijn proefschrift concentreert van Bommel zich op deze tweeledige rol van reputatie. Hij probeert te begrijpen wanneer en waarom mensen niet, of juist wel ingrijpen bij een probleemsituatie in de aanwezigheid van anderen. Bovendien wil hij inzicht krijgen in hoe de rol van reputatie in het bystander-effect kan worden gebruikt om omstanders aan te zetten om vaker te helpen of in te grijpen.

Van Bommel onderzocht de rol van reputatie in het bystander-effect met experimentele methoden vanuit verschillende invalshoeken, en komt steeds tot vergelijkbare conclusies. Wie niet bezorgd is over zijn reputatie helpt sneller in de aanwezigheid van anderen. Het gevoel niet geaccepteerd te worden leidt tot minder helpen . Het niet bewust zijn van de (sociale) voordelen van het helpen vermindert meestal hulpgedrag. Het bewust worden van hoe eigen gedrag gevolgen heeft voor iemands reputatie leidt tot een toename van hulpgedrag. Kortom, reputatie is een tweesnijdend zwaard: aan de ene kant is reputatie een belangrijke onderliggende oorzaak van het bystander-effect, maar aan de andere kant kan reputatie ook helpen het bystander-effect te voorkomen. Van Bommel’s onderzoek biedt daarmee belangrijke handvatten voor criminaliteitspreventie. Zo kan men denken aan een mogelijk positief effect van cameratoezicht als dat het bystandereffect omkeert.

dr. Jan-Willem van Prooijen

Over dr. Jan-Willem van Prooijen


Jan-Willem van Prooijen studeerde psychologie aan de Universiteit Leiden, waar hij in 1998 afstudeerde bij de afdeling Sociale & Organisatiepsychologie alsmede bij de afdeling Methoden en Technieken van Psychologisch Onderzoek. In 2002 promoveerde hij bij de afdeling Sociale en Organisatiepsychologie van de Universiteit Leiden op een proefschrift naar de relatie tussen groepsdynamische factoren en procedurele rechtvaardigheid.
In 2001 begon hij als Universitair Docent bij de afdeling Sociale Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Aan dezelfde afdeling werkt hij sinds 2007 als Universitair Hoofddocent.
In zijn onderzoek maakt Jan-Willem van Prooijen gebruik van zowel experimentele als toegepaste onderzoeksmethoden en richt hij zich onder meer op procedurele rechtvaardigheid, coöperatie, strafintenties ten opzichte van normovertreders, schuldattributies ten opzichte van slachtoffers en politieke paranoia (e.g., geloof in complottheorieën). Hij zit momenteel in de redactie van diverse prominente wetenschappelijke tijdschriften. In 2006 ontving hij de “Early Career Contribution Award” van de International Society for Justice Research.

Jan-Willem is NSCR-VU Fellow en maakt deel uit van het Cluster Extremisme/Terrorisme en het Cluster Technologische innovaties (CRIME Lab).

Link naar persoonlijke website.

Bekijk alle berichten



NSCR