Zoek

shutterstock_Wildlife_Crime

Wildlife Crime, van veldwerk naar papier

Beschermingsstrategieën en meetresultaten beschrijven in de strijd tegen Wildlife Crime

Recent kreeg het Wildlife Crime Cluster bezoek van zeven tijgerexperts van natuurbeschermingsorganisatie Panthera. In juli 2015 had het cluster een ‘Panthera Tiger Week’ georganiseerd op het NSCR. Sindsdien werken beide organisaties samen aan het toepassen van misdaadanalyse bij anti-stroperij activiteiten in gebieden waar tijgers leven in zes verschillende landen. Het NSCR had de Panthera-groep dit jaar uitgenodigd om de onderzoeksbevindingen neer te leggen in een aantal wetenschappelijke publicaties.

Het veldwerk en onderzoek heeft een aantal belangrijke resultaten opgeleverd. Een eerste bevinding is dat algemene of ongerichte interventies weinig succesvol zijn: de problematiek van stroperij van tijgers is daarvoor te complex. Voor de verschillende organisaties die in de natuurbeschermingsgebieden werken, is het cruciaal om gecoördineerd informatie te delen: analisten kunnen dan de informatie interpreteren en gerichte oplossingen bedenken. Het is ook van belang om continu kwalitatief en kwantitatief te monitoren zodat flexibele maatwerkstrategieën ontworpen kunnen worden. Deze strategieën blijken gelijkenissen te hebben met zowel ‘problem-oriented policing’ als met militaire campagnes, en minder met traditionele natuurbeschermingsprogramma’s. Omdat deze flexibele strategieën meerdere soorten interventies mogelijk maken, zijn ze minder afhankelijk van een bepaald rechtssysteem, en toch breed inzetbaar.

Samen met het Panthera-team zijn ook gegevens geanalyseerd over patrouilles van rangers in een gebied in Zuidoost-Azië waar tijgers leven. In dit gebied moeten kleine patrouilleteams over enorme oppervlaktes surveilleren, wat leidt tot problemen met handhaving. De analyses laten zien hoe met nieuwe technieken de uitgestrekte wildernis opgedeeld kan worden in hanteerbare ‘operationele ruimtes’, gebieden waarin een rangerteam daadwerkelijk kan patrouilleren, zodat het makkelijker wordt om problemen op specifieke plaatsen op te lossen. Met behulp van een nieuwe methode wordt bij het uitzetten van patrouilles zowel een zo goed mogelijke dekking over de ruimte als in tijd bewerkstelligd. Deze methode kan ook gebruikt worden door andere natuurbeschermingsteams op andere locaties.

De gastonderzoekers waren: John Goodrich, Joe Smith, Rob Pickles, Abishek Harihar, Hugh Robinson, Chris Hallam (Panthera) en Lam Wai Yee, onderzoeker van Rimba (partnerorganisatie van Panthera in Maleisië).

Credits beeld: Shutterstock

Nick van Doormaal MSc

Over Nick van Doormaal MSc

Nick van Doormaal heeft een master ‘Forest and Nature Conservation’ met een specialisatie in ecologie en een minor in ‘Geographic Information Systems’ aan de Wageningen Universiteit behaald. Tijdens zijn afstudeeronderzoek naar de bewegingspatronen van olifanten in Kenia heeft hij veel ervaring opgedaan in het uitvoeren van ruimtelijke analyses. Sinds mei 2015 is Nick werkzaam bij het NSCR als junior onderzoeker en vanaf april 2017 als promovendus. Zijn promotieonderzoek richt zich op de stroperij van neushoorns in Zuid-Afrika. Hierbij wordt onderzocht waar neushoornstropers een beschermd gebied binnendringen, maar ook hoe effectief de verschillende anti-stroperij-strategieën zijn. Deze variëren van het inzetten van kleine sportvliegtuigen tot het trainen van speurhonden om stropers te zoeken.

Nick maakt deel uit van de Clusters Ruimtelijk-temporeel en Wildlife Crime.

Bekijk alle berichten



NSCR