Zoek

shutterstock_zedendelinquentie

Zicht op zeden

De bruikbaarheid van de CARR-methode in een onderzoek naar seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongvolwassenen

De prevalentie van seksueel grensoverschrijdend gedrag is moeilijk vast te stellen. Dit komt doordat de traditionele databronnen die gebruikt worden in criminologische onderzoek (politieregistraties, slachtofferenquêtes en zelfrapportage) gelimiteerd zijn door het zogenaamde ‘dark number’-probleem: het aantal daders of delicten dat niet aangegeven of ontdekt wordt. Voor seksueel grensoverschrijdende gedrag is de verwachting dat er tussen de 50% en 96% onderrapportage is.

Randomized response techniek (RRT)

In reactie op het probleem van onderrapportage ontwikkelde Warner (1965) een methode, de ‘randomized response’ techniek (RRT), waarbij de antwoorden van respondenten worden afgeschermd voor de onderzoeker. De techniek maakt gebruik van een randomizer. Dit is een  kanselement, zoals het werpen met een dobbelsteen of een muntje. Afhankelijk van de uitkomst van zo’n worp wordt een respondent gevraagd om  ‘ja’ te antwoorden, ofwel de vraag naar waarheid te beantwoorden. Met andere woorden, afhankelijk van de uitkomst van de randomizer zijn de antwoorden van een respondent al dan niet waarheidsgetrouw. Doordat de naar waarheid gegeven ‘ja’-antwoorden voor de onderzoeker niet te onderscheiden zijn van de verplichte ‘ja’-antwoorden, creëert dit bij de respondent een gevoel van extra anonimiteit en wordt schaamte en angst voor vervolging weggenomen. Sinds de introductie van de RRT hebben vele onderzoekers verbeteringen aangebracht in de methode.

Een recente toepassing is het gebruik van computertechnieken, ook wel Computer Assisted Randomized Response (CARR) genoemd. Door het gebruik van computer gestuurde vragenlijsten bij de RRT kunnen fouten bij antwoordcategorieën worden vermeden. Er kan namelijk gewerkt worden met ‘geforceerde ja’s’: de respondent kan geen ‘nee’ meer antwoorden wanneer de randomizer aangeeft dat er ‘ja’ moet worden geantwoord. Daarnaast wordt bij gebruik van de CARR-methode de kwaliteit van de data beter en de kosten per vragenlijst zijn beduidend lager.

Het onderzoek

Het NSCR heeft recent onderzocht in hoeverre met de CARR-methode een goed beeld kan worden verkregen over daderschap van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongvolwassenen. Er is onderzoek gedaan naar 717 respondenten, welke at random verdeeld zijn over een controlegroep en een experimentele groep. De experimentele groep, waarbij de CARR-methode is toegepast, vertoonde bij verschillende seksueel grensoverschrijdend gedragingen een significant hogere prevalentie dan de controlegroep. Zo is gevonden dat de prevalentie van gedwongen geslachtsgemeenschap door het slachtoffer met woorden onder druk te zetten bijna 4% is in de experimentele groep terwijl bij de controlegroep een prevalentie van 1,2% gevonden wordt.  De CARR-methode geeft bij dit onderzoek dus inderdaad een hogere prevalentie dan bij gebruik van een reguliere elektronische vragenlijst.

Over het algemeen wordt aangenomen dat wil de CARR-methode werken, er voldaan moet zijn aan twee voorwaarden. De respondent moet de gebruikte methode begrijpen en vertrouwen dat hij anoniem is. Dit onderzoek laat verder zien dat aan nog een derde voorwaarde voldaan moet worden, namelijk dat de respondent bereid is om de inspanning te leveren de vragenlijst serieus in te vullen. Alhoewel de CARR-methode in beginsel veel potentie heeft, is in dit onderzoek gevonden dat de methode bij  laagopgeleide jongeren minder effectief is. Dit komt doordat zij moeite hebben met begrip en minder geneigd zijn de inspanning te leveren. De respondenten geven in dit onderzoek aan dat vragen, instructie en introductie kort, simpel en duidelijk benadrukt (bijvoorbeeld door het gebruik van dikgedrukte tekst) dienen te zijn. Ook is het aan te raden om de instructie te onderbouwen met audiovisuele ondersteuning, aangezien uit het onderzoek is gebleken dat het begrip na verbale uitleg toe nam. Bij toepassing van deze aanbevelingen kan gebruik van de  CARR-methode leiden tot een nauwkeuriger beeld van de prevalentie van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Dit onderzoek is uitgevoerd met behulp van vijf bachelorstudenten Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam: Kasper Aarts, Jasper Iking, Anke Jabroer, Teun van Ruitenburg en Eva Schinkelshoek.

dr. Chantal van den Berg

Over dr. Chantal van den Berg

Chantal van den Berg is verantwoordelijk voor de archivering van de verschillende datasets bij het NSCR. Daarnaast werkt zij als onderzoeker. In haar onderzoek is zij geïnteresseerd in zedendelinquentie, bestudeerd vanuit een levensloopperspectief. Haar huidige onderzoekslijn bouwt voort op haar promotieonderzoek uitgevoerd bij het NSCR en de Vrije Universiteit Amsterdam, naar de ontwikkeling van jeugdige zedendelinquenten tot in de volwassenheid. Centraal stonden daarbij de ontwikkeling van de criminele carrière en invloed van verschillende levenslooptransities op delinquentie. In september 2015 verdedigde ze haar proefschrift getiteld 'From Boys to Men: Explaining Juvenile Sex Offenders’ Criminal Careers.'

Chantal maakt deel uit van het Cluster Levensloop.

Link naar persoonlijke website.

Bekijk alle berichten



NSCR